Terug naar het overzicht

Automotive: In een raceteam werken aan turbo-ontwikkeling

De meest populaire studie onder havo-jongens is Automotive. Ivo Bruijnooge (23) is tweedejaars Automotive aan de Hogeschool Rotterdam. Hoe kwam hij bij zijn favoriete studie uit en hoe ziet hij zijn toekomst?

“Met mijn eerste studie Mechatronica stopte ik na twee maanden. Omdat ik niet wist wat ik wilde studeren zocht ik een baan bij een bedrijf. Intussen bekeek ik online studies en praatte ik met loopbaanadviseurs van verschillende hogescholen. Maar het leidde tot niets. Bij dat bedrijf kon ik eerst als bedrijfsleider aan de slag en daarna kreeg ik de kans voor mezelf te beginnen bij een van de vestigingen. Dat was gaaf, maar na een half jaar vond ik het saai worden. Daarna heb ik nog een paar maanden gereisd voordat ik de studie vond die echt bij me paste: Automotive.

Meeloopdagen

Ik kan iedere scholier aanraden om open dagen en proefstudeerdagen te bezoeken, maar vooral ook meeloopdagen. Dan leer je pas echt hoe het er bij die studie aan toe gaat. Automotive combineert techniek met alles van auto’s. Tijdens de meeloopdag werkten studenten met de klas aan een project om een funcar te ontwikkelen. Van begin tot eind loop je dat proces door. Je doet onderzoek, hoe moet de auto eruit zien? Waarom juist zo? Je doet berekeningen, maakt 3D-tekeningen en bouwt die auto ook echt. Afgelopen jaar heb ik dat dus ook zelf gedaan.

Campus

Alle geleerde kennis pas je meteen in de praktijk toe, dat is altijd interessant. In Rotterdam sprak de kleinschalige campus me aan; wij zitten daar met zijn allen op een eigen locatie. Je hebt les met je eigen klas en het contact met de docenten is heel laagdrempelig.

Meer studeren

Als ik mijn studie vergelijk met de middelbare school, vind ik dat je meer moet doen. Je komt er niet als je alles op het laatst doet.  De stof bijhouden, opletten en naar de lessen komen, is belangrijk.

Misschien wil ik later iets met racen; in een raceteam werken aan turbo-ontwikkeling. Maar alles ligt nog open. Nu rij ik nog op en neer van Alphen aan de Rijn naar Rotterdam, misschien zoek ik dit jaar een kamer. Dan wil ik natuurlijk wel een huisje op de Coolsingel.”